Wegbeheerder aansprakelijk voor schade door oneffenheid fietspad?

Wegbeheerder aansprakelijk voor oneffenheid fietspad?

In veel gevallen is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van de wegen en fietspaden in de gemeente. Gaat die verantwoordelijkheid ook zo ver dat een gemeente aansprakelijk is de schade die een bromfietser heeft geleden, doordat hij ten val kwam door oneffenheden in het fietspad als gevolg van boomwortelgroei? De Hoge Raad heeft zich hier recent over uitgelaten, waarover je leest in deze gastblog van Tim Warnsinck, advocaat bij Vittoria Law.

Feiten en omstandigheden

In het voorjaar van 2014 reed een man met zijn brommer over een verhard fietspad. De man is tijdens deze rit gevallen, doordat hij met zijn brommer tegen een boom is aangereden. De man liep hierdoor fors letsel op. Geconstateerd werd dat zich in het fietspad vóór de plaats van het ongeval een drietal oneffenheden aanwezig waren. Die oneffenheden bleken het gevolg te zijn van het feit dat er boomwortels onder het fietspad groeiden.

De man heeft de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:174 BW en 6:162 BW. De man stelt daarbij dat het ongeval heeft kunnen gebeuren door de oneffenheden in het fietspad. De man stelt zich op het standpunt dat hij door deze oneffenheden uit evenwicht is geraakt en hierdoor met zijn brommer is gaan slingeren. De man stelt daarbij dat het fietspad niet voldeed aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden en dat het fietspad zeer matig onderhouden was en daarmee in slechte staat verkeerde. Volgens de man had de gemeente ervoor moeten zorgen dat het fietspad in een goede staat verkeerde. Ook had de gemeente duidelijk moeten waarschuwen voor de gevaren die het rijden over het fietspad met zich meebracht.

De gemeente dacht hier anders over en heeft aansprakelijkheid afgewezen. De gemeente stelt zich daarbij op het standpunt dat het fietspad wél voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en dat er daarom ook géén sprake was van een gevaarlijke situatie. Verder weerspreekt de gemeente dat er sprake was van een gevaarzettende situatie waarvoor zij had moeten waarschuwen. Tot slot betwist de gemeente dat er sprake is van een causaal verband tussen het ongeval van de man en de oneffenheden in het wegdek van het fietspad.

Oordeel rechtbank

De rechtbank heeft in haar vonnis de vorderingen van de man op grond van artikel 6:174 BW toegewezen. De gemeente kon zich niet in de uitspraak vinden en is tegen dit vonnis in hoger beroep gekomen. De grieven van de gemeente waren met name gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat het fietspad niet voldeed aan de in de gegeven omstandigheden daaraan te stellen eisen én dat van de gemeente mag worden verwacht dat zij de oneffenheden in het fietspad had hersteld en dat zij onrechtmatig heeft gehandeld door dat niet te doen.

Oordeel gerechtshof

Het hof wijst in hoger beroep allereerst op het feit dat op de eisende partij (de gevallen man) de bewijslast rust van het gestelde gebrek aan het fietspad. Ook wijst het hof erop dat de man moet bewijzen dat het ongeval ook door dat gebrek is veroorzaakt. Het hof neemt in haar verdere de beoordeling de zogenoemde CROW-richtlijnen mee. Hoewel de CROW-richtlijnen geen wettelijke normerende werking hebben, bevatten deze volgens het hof wél objectieve aanknopingspunten met betrekking tot het antwoord op de vraag of een weg voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen.

Het hof wijst er vervolgens op dat van een fietspad als het onderhavige weliswaar mag worden verwacht dat bromfietsers deze veilig kunnen gebruiken, maar dat weggebruikers zelf ook oplettend dienen te zijn. Het hof overweegt dat het centraal staande fietspad in een omgeving ligt waar de nodige bomen groeien. De man had dan ook géén volledig egaal wegdek mogen verwachten. Het hof wijst erop dat een weggebruiker in een dergelijke situatie rekening dient te houden met de mogelijkheid van oneffenheden van het wegdek. Daar dient het verkeersgedrag op aangepast te worden. Het enkele feit dat er oneffenheden in het fietspad aanwezig zijn, maakt het fietspad dus niet gebrekkig – aldus het hof. De oneffenheden in het fietspad waren volgens het hof ook niet dermate uitzonderlijk dat een weggebruiker daar niet op bedacht had hoeven zijn. Daarbij was het bewuste fietspad krap een jaar vóór het ongeval in opdracht van de gemeente geïnspecteerd, waarbij geen oneffenheden geconstateerd die noopten tot handelen van de gemeente. Het hof concludeert dat ook dat de man onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die zijn stelling, – namelijk dat het fietspad niet voldeed aan de eisen die hij daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen -, kunnen dragen. Niet gebleken is dat het fietspad een gevaar opleverde voor de weggebruikers.

Het gerechtshof heeft de grieven van de gemeente daarom toegewezen en het vonnis uit eerste aanleg vernietigd.

Cassatie

De man kon zich hier niet in vinden en heeft tegen het arrest van het hof cassatie ingesteld. De conclusie van de advocaat-generaal komt erop neer dat hij zich kan vinden in het arrest van het hof en adviseert de Hoge Raad tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat-generaal wijst in de conclusie op de literatuur waarin wordt gewezen op de rol van de eigen verantwoordelijkheid van de weggebruiker, waar ook duidelijk naar verwezen wordt in het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de conclusie van de advocaat-generaal gevolgd en heeft in zijn arrest het cassatieberoep van de man verworpen. Volgens de Hoge Raad kunnen de klachten van de man niet leiden tot een vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft zijn oordeel verder niet gemotiveerd.

Share on facebook
Delen
Share on twitter
Delen
Share on linkedin
Delen